Tales of Salt

Omdat het woorden zijn, denk ik.


Een reactie plaatsen

Over nieuwe horizonten

Omdat TalesfromSalt uit twee bestaat.
Omdat het een herinnering is, een verzameling verleden vertellingen.
Het is een ode aan de vriendschap.
Omdat de meiden groter worden, enfin, toch ouder.
Omdat de verhalen veranderen.
Omdat het mooi geweest is.

TalesfromSalt doet de boeken toe. De verhalen die Tine en ik nu schrijven, zijn een stuk anders dan die middagen op onze kamers. Middagen van verhalen vertellen, strips tekenen, gedichten lezen, dromen, plannen en beloftes maken.
Het enige dat blijft, is de dure eed van een eeuwige vriendschap.

Het vervult me met een ongelooflijke trots om te zien hoe Tine haar dromen waar maakt, zichzelf bewijst en steeds opnieuw uitvindt. Het vervult me met dankbaarheid dat onze verschillende wegen de vriendschap enkel steviger maken. Het vervult me met een tikkeltje weemoed soms, dat de eenvoud van die middagen en kampeernachten in de tent achter ons ligt. Het vervult me ook met verwachting en enthousiasme, want de toekomst heeft nog heel wat in petto.

We sluiten hier dan af, we hebben allebei teveel woorden en gedachten om ze niet te delen. Wellicht duiken we op andere plaatsen weer vrolijk op šŸ™‚

Mijn liefste Tine, Vriendin Van Altijd en Voor Altijd, hieronder mijn Ode aan onze Vriendschap.
Met een knipoog en al šŸ˜‰

Onze waarde lezers, wij zeggen geen vaarwel, maar tot ziens!

Advertenties


2 reacties

Over nucleair geweld.

Er zijn ook dagen waarop ge eigenlijk gelukkig zijt, maar op dat moment even niet.
Zoals een bui tijdens de zomer. Het is nog altijd zomer, maar het regent wel efkes.

Ik heb soms eens last van een ‘mal de vivre’. Een bui, een duisternis.
Dan ga ik de boel zodanig relativeren dat het bijna aan onverschilligheid grenst, want in het totaal van deze aardkloot en een leven op zich, zijn de dingen dan weinig van betekenis.

Dat is gezond, af en toe zo’n buitje. Ik voel me erna altijd frisser, alsof ik even mijn onbenullig gepieker echt achter me heb gelaten. Ik kan weer verder, omdat ik altijd voel dat deze regen wel af en toe eens binnensluipt, maar geen deel is van mijn basisfundamenten.

Wat wel eigen is, is de chaos en het onevenwicht. Ik kan overvallen worden door een kwaadheid die met niets anders te maken heeft dan mijn onvermogen om in evenwicht te zijn met de wereld en de mensen rond mij.

Te luid
Te aanwezig
Te enthousiast
Te onzeker
Te veeleisend
Te lief

Te vol.

De Weldoener in mij (die hadden we nog niet gehad hĆ©) loopt constant met open armen te verkondigen dat elke vraag welkom is. ‘jaja, dat kan er nog wel bij.’ ‘ Ah, maar dat is een kleine moeite’. Maar het principe ‘vele kleintjes maken een groot’, lijkt bij deze Weldoener nooit echt door te dringen. Tot de Rebel in mij het zwaar op haar heupen krijgt en op een dag heel licht ontvlambaar wakker wordt. Om de boel in brand te steken. Zodat de ravage meestal ook groter is dan ze had kunnen zijn. De rebel voelt zich een beetje opgelucht.

En wordt meteen gevloerd door de Schuldige die op zijn knieĆ«n door het stof kruipt. Huilend en om genade smekend. Om ook weer volledig buiten proportie om vergeving te bedelen. Om samen met de Weldoener bloemen voor de voeten van de Ander te gooien. Om in de daaropvolgende betrekkelijke rust opnieuw de armen te spreiden: ‘Welkom, welkom, alles kan en alles mag, dat kan er nog wel bij, ach, wat een kleine moeite’.
De rebel in mij walgt en trekt haar schouders op om in een ver hoekje zinloos tegen een muurtje te staan schoppen.

Sommige mensen kennen de valkuilen van hun bestaan, maar blijven er belachelijk vaak inlopen.
*Vloekend*


Een reactie plaatsen

Over het Jaar van Ja.

Echt, ik heb er al een aantal pogingen opzitten.
Ge weet wel, zo van: nu wil ik echt een sterk verhaal op die blog. Iedereen omver blazen met een grandioos inzicht dat Ć©cht niemand ooit eerder heeft bedacht. Of onder woorden gebracht, weet je wel.

Het spijt me, dat zit er deze keer ook niet in.

52 dagen is dat nu al. Een onwijs groot geluk, een energie, een flow. Momenten waarop ik me toch erger (als ik dat dan toch moet doen) aan mijn 1.58m. Lengte dan, over breedte hebben we het niet. Mijn lijf is soms gewoon te klein om alle emoties op te nemen. Het is heerlijk.

En soms ook wel beangstigend. Geen mens loopt rond zonder monsters onder het bed, die wachten tot je gelukzalig inslaapt.

Maar dit is het Jaar van Ja. Op de grens tussen 31 december en 1 januari heb ik die plechtige belofte aan mezelf gemaakt. Dit jaar zou ik met volle overtuiging ‘ja’ zeggen.
Ja tegen kansen, avonturen, mensen.
Ja tegen het stellen van grenzen en het sluiten van een aantal deuren.
Ja tegen de blik op vooruit.
En ook ja tegen mezelf.

De grootste uitdaging wellicht. Ik ken het karakter van mijn monsters, maar heb ze nooit eerder moedig in de ogen gekeken. Daar begin ik nu mee. Zenmeester, Fitnesscoach en Ramptoerist in mij zitten op de eerste rij te wachten. Met die belofte aan mezelf ben ik aan de duik in het diepe begonnen. Geen idee waar ik zal landen. De lifecoach (niet die in mij, die in ’t Echte Leven) heeft er zin in en weet ongetwijfeld al wat komen zal.
Dit is het jaar van Vertrouwen. Vertrouwen dat moet uitgroeien tot Weten en Geloven.

Eerst geloven en dan zien. Daar begint het mee.
Zeggen ze…


Een reactie plaatsen

Over Ode aan het Geluk

Ge kunt soms zo omringd en gevuld zijn door energie dat ge u in een constante roes van verwondering en genieten bevindt.
Ik denk dat het dit is, dat iedereen Geluk noemt.

Ik vraag me af waar ik dat aan verdiend heb, dat is nu al 33 dagen, zonder ook maar 1 onderbreking.
Ik geniet, ik geniet, ik gebruik het, ik probeer te geven, ik ben dankbaar.

Het zit in al die kleine en grote dingen, waar mijn zintuigen meer dan anders voor open staan.
Het zit in de mensen. Ah de mensen…

Want heimwee is slechts het koesteren van dat wat de moeite waard was

Want heimwee is slechts het koesteren van dat wat de moeite waard was

Het zit in de dromen, die geduldig (enfin, meestal) hebben zitten sluimeren, tot de momenten daar waren.
En het lijkt alsof die er zijn.

Het zit in het voornemen om dit jaar enkel te creƫren. Creatie in plaats van zwoegen, moeten en verplichting.
“What’s in a name?” Ik zweer, alles zit in the name, in de blik waarmee je kijkt, de gedachte waarmee je zin geeft.

Het is thuiskomen met drie dozen kinderboeken die nog te lezen zijn. Ah, kan een job dan leuker? (*job 1*)
Het is op zondag subsidiedossiers schrijven en daar helemaal springerig van worden. Omdat ge verlangt tot de woorden waar worden. (*job 2*)
Het is u verdiepen in problematieken, maar meer nog in oplossingen en positieve benaderingen (*job 3*)
Het is nieuwe contacten leggen en merken dat dat goed zit.
Het is oude contacten oppikken alsof er geen tijd tussen zat.
Het is loslaten. Ik weet nu hoe dat moet! Ik weet het! Het is vertrouwen hebben. Vertrouwen dat de dingen zijn zoals ze moeten zijn.
Het is terugkomen bij een groep, merken hoe je ze mist en dankbaar zijn, want

“How lucky am I to have something that makes saying goodbye so hard” (A.A. Milne- Winnie the Pooh)

Het is ‘flow’ ervaren. Ik weet nu hoe dat voelt! Ik weet het! Het is hard werken en investeren en daar alleen maar energie van krijgen, heel bizar.
Het is er zijn voor anderen, zonder afgeleid te worden door je eigen schaduwen. Er staan, zonder meer.
Het is merken dat iemand naar u glimlacht. En meteen daarna merken dat dat is omdat ge zelf al gans de tijd aan het glimlachen zijt.
Het is merken dat afscheid soms pijnlijker is ervoor dan erna.

Het is een thuiskomen bij jezelf. Uw eigen wegen voelen en vertrouwen op uw voeten.
De juiste sterkte vinden waarmee uw handen mensen vasthouden zonder te knijpen.
Uw ogen richten op juist dat alles dat ge mooi vindt.
En uw bloed, al dat bloed, voelen stromen, stromen…


Een reactie plaatsen

In Flanders Fields.

In Flanders fields the poppies blow
Between the crosses, row on row
That mark our place; and in the sky
The larks, still bravely singing, fly
Scarce heard amid the guns below.
We are the dead. Short days ago
We lived, felt dawn, saw sunset glow
Loved, and were loved, and now we lie
In Flanders fields.
Take up our quarrel with the foe:
To you from failing hands we throw
The torch; be yours to hold it high.
If ye break faith with us who die
We shall not sleep, though poppies grow
In Flanders fields.
– John McCrae
omdat het gedichtendag is vandaag. en omdat het een eeuw is*
(*het gedicht zelf dateert weliswaar van 1915)


Een reactie plaatsen

Over pagina 36

Ik zit op pagina 36 en ik ben al helemaal verkocht.
Ik hou van het sarcasme, de ‘droge’ vertelstijl, de humor en het feit dat hij er desondanks recht op zit.
Na ‘Extreem luid & ongelooflijk dichtbij’ was ik een trouwe volgeling geworden, maar dit boek zal een centrale plaats in mijn keuken krijgen.

Hierbij citeer ik Jonathan Safran Foer uit ‘Dieren Eten’:

“Dat hoeft niet in strijd te zijn met ons beschavingsniveau. We zullen ze niet al te erg laten lijden. Hoewel men in brede kring van mening is dat adrenaline meer smaak geeft aan hondenvlees – vandaar de gebruikte slachtmethodes: ophangen, levend koken, doodslaan – kunnen we afspreken dat als we ze gaan eten, we ze een snelle en pijnloze dood bezorgen. De traditionele HawaĆÆaanse methode van het dichtknijpen van de hondenneus – om geen bloed te verspillen – moet we daarom (vanuit maatschappelijk dan wel juridisch oogpunt) van de hand wijzen. Misschien zouden we honden onder de wettelijke bepalingen over diervriendelijke slachtmethodes kunnen laten vallen. Dat zegt niets over hoe ze tijdens hun leven worden behandeld, en er is geen sprake van enig toezicht van betekenis op de naleving, maar we kunnen er vast wel op vertrouwen dat de bedrijfstak tot ‘zelfregulering’ in staat is, dat doen we tenslotte ook bij andere diersoorten die we eten.”

Uhu, ik dacht hetzelfde.